Bro_sVijf jaar geleden vierde ik Oud & Nieuw net als vanavond met F en B. Kleine E was er toen nog niet, sterker nog F en B waren alleen nog een stel in wording. Edgar, de liefde van mijn leven en ik waren net een half jaar samen. Samen met F gaf Ed in zijn studentenhuis een feest. Op de radio klonk Like a G6 en ik had mijn roze shirtje aan die ik nog steeds wel eens aan heb. Het was vijf jaar geleden en ik was jong en verliefd. Of gewoon wasted. Dat kan ook.

Vijf jaar terug… man man man. Dit was wat er gebeurde:

Het was half drie in de ochtend.

We waren allemaal al best wel lam. Behalve ik, ik drink nooit (hoi pap). We zaten op de kamer van F, de huisgenoot van Edgar, de liefde van mijn leven. Het grote feest was aan de andere kant van de gang, in de keuken. Daar stond de radio keihard aan. De top2000 was inmiddels afgelopen. Nu kwamen de beste hits van 2010 langs met ‘Like a G6’. Af en toe stond ik ook op om een dansje te doen. Bij mijn entree gingen dan de vingers in de lucht en kwam er luid gejoel. Maar ze hadden ook niet echt door als ik de keuken vijf minuten later uit glipte en weer op de bank neerplofte met een colaatje, hm hm.

Op een bepaald moment, niemand weet hoe of wanneer, ging ik naar de wc. Dat is niet zo’n boeiend feit, maar wat er gebeurde toen ik daar zat, was bepalend voor de hele avond. Ik hoorde niets, maar toen ik terug kwam in de keuken stond T in zijn onderbroek. Nu keek ik hier niet zo heel raar van op omdat we eerder de avond nog zongen over ‘met je broek op je hoofd’. J was uitgegleden en lag op de grond en haar stiletto’s onder de koelkast. Iedereen gooide z’n biertje over T heen.

En ik dacht alleen maar: “Waar, de kak, is Edgar??!”

Bleek nou dat de frituurpan over T heen was gekomen. De frituurpan waar we ons de hele avond al misselijk aan hadden gegeten, want 2 pakken kaassoufflees, 1 pak frikandellen, 1 zak partysnacks en 60 bitterballen. De frituurpan die net uit was. En gloeiend heet. Ik stond in de deuropening. Tegen de tijd dat ik doorkreeg wat er gebeurd was, was de rest overgestapt op koud water gooien in plaats van bier. T stond te rillen. Ik riep dat er nog een zak partysnacks in de vriezer lag. (Dit zodat je die op je lijf kunt houden, want dat is lekker koud. Niet zodat we nog even een snackje hadden bij het schouwspel.) Ik kwam er toen ook achter waar Ed was.

Van rechts hoorde ik opeens zacht een stemmetje: “Maike? Maaaaaaaaaike…?”

Door het kiertje van de deur en de muur zag ik het oog van Edgar. In alle tumult werd hij achter de keukendeur geplet. En de kans dat hij daar vrij snel vandaan zou komen, was niet zo groot aangezien de vloer twee centimeter onder het vet stond. Terwijl wij dus als een malle T stonden af te koelen, zag je af en toe een heel knap hoofd om het hoekje van de deur zweven. Om weer terug te keren naar het uitzicht van de witte deur.

Het is nu de volgende dag. T is al weer terug van de Eerste Hulp en ligt lekker thuis op de bank. J hebben we opgeraapt en haar stiletto’s liggen niet meer onder de koelkast. Edgar is de keuken voor de tiende keer aan het dweilen. En zo net is er iets magisch gebeurt. Tijdens het dweilen riep Edgar me. “Maik, ik heb vanavond echt geen zin meer in frituur hoor. Wil je soep maken?” Edgar wil geen friet op zaterdag. Nog even en hij is geen Hollander meer. Het wordt een mooi jaar.

>> Hoe vier jij Oud & Nieuw? Ik zit vanavond braaf op de bank met champ en bitterballen. En ik dans niet meer ‘like a G6’ naast de frituur.

Happy new year! xoxo


Voordat ik Edgar, de liefde van mijn leven leerde kennnen, vleidde ik mij met het idee dat ik best wat van computers, verbindingen en tech-info in het algemeen wist. Zo af en toe belde een klasgenoot mij (jazeker, mij!) op voor een vraag over het editen van video en waar dat ene knopje ook alweer zat. Ik wist het. Ik regelde in ons studentenhuis de internetverbinding en had als een van de eerste digitale en interactieve tv. Ik riep altijd, en nog steeds, dat je je vriendenkring naast gezellig ook strategisch moet inrichten. Zorg dat je sowieso iemand erin hebt die een auto kan fixen, iemand die lekker kan koken en iemand met medisch inzicht. En natuurlijk iemand die tech-savvy is. En die laatste was ik zelf. Hoe mooi.

Toen leerde ik Ed kennen en bleek mijn wereld een illusie te zijn. You know nothing Jon Sno. Ed wist er veel meer van, installeerde zelf zijn pc en lachte me uit toen ik vertelde dat ik op mijn 12e op computerles had gezeten. Hij poepte op computerles. En zoals het gaat in een relatie verdeel je de taken en gaat de tijd eroverheen. Na een poosje beantwoord je steeds minder vragen tot de dag aanbreekt dat je je lief opbelt vanaf je werk om te vragen wat de shortcode voor copy paste is op een mac. Ik ben niet tech-savvy meer, maar ach, hoe erg is dat. Ed heeft sinds wij samen zijn alleen nog maar bami pinda en lasagne gemaakt. Dus.

Misschien kan ik dan niet meer het imago tech savy hebben, dan toch op zijn minst hip en happening. Op de hoogte van de laatste trends, handigheidjes en volledig new media georienteerd. Dat ben ik. Yes yes.

Tot Ed en ik pas na een etentje met vrienden een nieuwe datum wilden prikken. Ik pakte mijn old skool agenda erbij, een bruine met gouden randje die ik vorig jaar met zorg uitgezocht had. Het gesprek viel stil. Allemaal keken ze naar mij. “Heb jij nog een agenda?” riep de eerste. “En je hebt een bedrijf in nieuwe media?!” “Ik dacht dat jij zo creatief en hip was?!!” Ik voelde een rode gloed opkomen net als die keer dat ik erachter kwam dat mijn rok in mijn panty was blijven hangen en ik al een half uur door de Herestraat had gehuppeld. “Fuck”, dacht ik.

Vandaag zat ik te googlen. Het is december. Mijn agenda heeft nog maar een maand en dan is ‘ie uit. What to do, what to do. Al mijn vrienden hebben een digitale agenda op de tel. En ik hoor er niet bij. Dus, en het voelt als een stap in de toekomst van de mensheid, heb ik komend jaar geen papieren agenda meer maar een op mijn telefoon. Die Edgar koppelt aan mijn laptop, ipad en werkagenda’s hier en daar. Nu weet ik hoe mijn vader zich moest voelen toen de typemachine niet meer nodig was en ze voor het eerst een floppy in een computer stopten om hem op te starten. Episch.


De eerste helft van de rit zat ik voorop, de tweede helft mijn vader terwijl ik mijn lange benen balanceerde in de lucht zodat ze niet tussen de spaken kwamen en niet op de grond. Ik zat vorige week, inderdaad, samen met mijn vader op een fiets. Hoe dat zo? Dat lees je in deze blog.

Toen ik 16 was, ben ik eens met mijn vader naar een Vader-Dochter-kamp geweest. Als bondingsactiviteit moesten we samen op een tandem. De voorste was geblinddoekt terwijl de achterste aanwijzingen riep. Doodsangsten stond ik uit. Mijn vader werd melig en riep vrolijk links rechts terwijl ik me enerzijds schaamde, want OMG ik was 16, en nou ja, eigenlijk was dat ook het ergste. Achteraf was het best leuk, samen op een tandem. En de aanwijzingen die hij riep, waren ook best nuttig. Natuurlijk haalde hij dat verhaal aan toen we bij station Veenendaal-West stonden en we samen keken naar een fiets. Die van hem.

“Weet je nog, toen we samen op kamp waren?”
“De tandem, ja.”
“Je schaamde je zo erg voor je pa.”
“Ja.”

Ik was die dag voor mijn werk in Den Haag geweest en mijn vader in Rotterdam. We hadden afgesproken in Utrecht om samen de trein te nemen. “Ik ben wel op de fiets”, had papa in de trein gezegd. “Ach,” zei ik toen, “boeie!” Dat dacht ik niet meer toen we naast die fiets stonden. “Kom op”, zei ik, “we springen gewoon die fiets op en rijden ‘em naar huis. Zo erg kan ’t niet zijn.” Ik ging wel eerst fietsen. Papa achterop.

Meteen toen ik opstapte en begon te trappen voelde ik het al. Toen papa een eindje achter de fiets rende en een paar seconden later achterop sprong, werd het niet minder erg. Mijn vader heeft een zadel die meebeweegt als je trapt. Hij noemt het zelf ergonomisch, maar dat is het niet. Het is belachelijk, dat is het. Je heupen bewegen mee terwijl je benen eerst links dan rechts de trappers rondduwen. Je moet verdorie je buikspieren gebruiken om dat gewieg tegen te gaan. “Helpt het als ik anders je heupen vasthou?”, vroeg mijn vader. “Probeer eens?” vroeg ik. Het hielp inderdaad een beetje. Een paar straten verder realiseerde ik mij hoe dom dit eruit moest zien. Een jonge meid met haar pa van 60 op een fiets terwijl hij haar heupen vasthoudt en er ook nog twee grote laptoptassen ergens op de fiets bungelen. Een aan het stuur en een in de rechterfietstas. Alleen een goed Caribisch muziekje miste en we konden zo ‘da club’ in fietsen. Maar een seconde later dacht ik: “Ach, het is ook wel aandoenlijk.” Op de fiets samen met mijn pa.

Toen we eenmaal bij de berg aankwamen, legde papa me uit dat hij 24 versnellingen had en hoe ik die moest gebruiken. Vanaf station Veenendaal-West naar het gehucht waar mijn ouders wonen, is ongeveer 6 kilometer met precies op de helft de Utrechtse Heuvelrug. Die moet je over. We reden vlak voor de berg ongeveer op versnelling 14. “Nou, als je straks omhoog gaat”, begon mijn vader, “dan schakel je eerst terug met links naar de 1. En dan rechts schakel je zo ver terug dat je lekker trappen kan.” Ik pielde wat aan de linkerversnelling. Ik viel bijna voorover toen hij versprong. “Ja, en blijven trappen”, hoorde ik vanachter. “Ga voor de minste weerstand!!” Inmiddels trapte ik zo licht dat mijn benen 20 omwentelingen per seconden maakten op de trappers. We kwamen alleen nauwelijks vooruit. “Doorzetten!”, riep papa. Ik dacht “Ja, daahaag!” en stapte af. “Wat doe je nou?” vroeg mijn vader stomverbaasd. “Het ging zo lekker!”

Ik keek hem aan terwijl ik terugdacht aan de tandem. Toen luisterde ik braaf naar wat hij te zeggen had. Tien jaar ouder en ik luister niet meer naar de aanwijzingen van mijn vader achterop. Sorry hoor, hij is lief, maar trappen op zijn manier gaat voor geen meter. Ik stak mijn arm door de zijne en hield met mijn andere hand de fiets vast. “Kom pap”, zei ik, “we lopen lekker naar boven.” En terwijl we door het donker naar boven liepen en we af en toe fel verlicht werden door een auto die van de andere kant kwam, dacht ik aan de talloze keren dat we samen in het donker door het bos over deze berg hadden gefietst. Als ik gewerkt had bij de Burger King en hij me op kwam halen. Of als ik tot laat college had en hij me van het station kwam halen. Toen vond ik het zo debiel dat ik niet alleen naar huis mocht fietsen. Nu was ik eigenlijk best blij dat hij me nooit alleen naar boven had laten fietsen. Eenmaal boven op de berg zei hij “Zal ik nu fietsen?” “Graag”, zei ik en sprong achterop.

303187_10150380142501098_1751813447_n


In de categorie epic fail kwam ik pas dit recept tegen bij de Albert Heijn: Roti. En niet zomaar roti, nee roti met eigenlijk geen enkel Surinaams ingrediënt. Ten eerste is het geen kerriesaus. Bij kerriesaus denk ik aan bloemkool met zo’n papsausje. Niet aan superlekkere roti. Ten tweede zitten er geen bruine bonen in roti en ook geen mexicaanse roerbakmix. #fml

Nieuwe_blog_aan_t_schrijven_over_deze__faal__littleshreds

Voordat ik verder ga met mijn tirade en negativiteit over de AH-roti, beloof ik jullie vast om binnenkort mijn eigen recept van de lekkerste roti te plaatsen. Promised!!

Als je aan Rens of mij vraagt wat we het lekkerst vinden, staat roti sowieso in de top tien. Sterker nog: elke keer als Rens of ik roti eten, kunnen we het niet laten de ander een foto te sturen van ons bord. Niet omdat we zoveel van elkaar houden, maar gewoon, out of spite, omdat we weten hoe naar de ander het heeft op dat moment. En hoe goed wij het hebben met roti op ons bord.

Pas zat ik weer aan tafel met roti op mijn bord, terwijl Edgar, de liefde van mijn leven me hoofdschuddend aankeek. “Kunnen we nu eindelijk gaan eten?” “Nee, wacht, even. De foto is bewogen.” Elke keer als ik Rens een foto stuur, denk ik in stilte ‘gna gna’. Of nou ja, stilte, meestal zeg ik het gewoon hardop. Toen ik een paar dagen later in de Albert Heijn stond en ik dit receptkaartje zag, moest ik hem gelijk naar Renske sturen. So I did. Het leverde wel voor 2 dagen gespreksstof op over de app.

Ach, als de AH een ding goed gedaan heeft, is het in ieder geval dat ik nu weet dat de wereld wacht op mijn recepten :D.

>> Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen met AH recepten? Meestal ben ik echt fan, ik heb de app ook. Maar soms kom ik rare dingen tegen. Wat is het raarste recept dat jullie tegenkwamen?


Dit weekend was ik weer bij Rens en toevallig zag ik dit filmpje. Ik vond ‘em zooo cute en liet ‘em aan Renske zien. “Ja, ken ik al”, zei ze. “Pff”, zei ik. “Hoe leuk is het als wij ook zoiets konden”, zei ik. “Jaaaa”, zei ze toen met een zachte uithaal zoals alleen Renske dat kan. “Jammer dat jij niet zo mooi kan zingen.” Het leverde me een boze blik en de rest van de avond rust en stilte op. Jammer genoeg kan ik ook niet zo mooi gitaar spelen, dus het houdt echt op voor ons. Gelukkig zijn er wel andere dingen die we samen kunnen, zoals bloggen <3.

Wat vinden jij en je zus(je) leuk om samen te doen?


332459__wonder-woman_p
Al een paar keer had F het gezegd. Ik moest en zou die Ted-talk kijken over ‘Fake it ‘till you make it’. “Jaahaa”, dacht ik terwijl ik elke keer de kriebels kreeg als hij erover begon. Het hele idee van iets faken – wat dan ook – staat me gewoon tegen. Je beter voordoen dan je bent, is gewoon vermoeiend, vind ik. Tot ik vorige week weer in de studio van IJzersterk was en F, inmiddels mijn zeer gewaardeerde partner in crime, mij voor het blok zette: En NU ga je hem kijken.

In deze blog lees je waar de Ted-talk over ging en hoe het kwam dat ik uiteindelijk twee keer de Wonderwoman deed.

Ik hou van TedX. Tijdens mijn studie had ik de club ontdekt en het was alsof ik persoonlijk E=mc2 ontdekt had. Ik vond het zo gaaf. Zo inspirerend. Avonden keek ik speeches die op de website stonden af en toe afgewisseld met een oude aflevering van Friends, ik was tenslotte ook gewoon 20 en student. Toen F, D en ik deze zomer samen IJzersterk begonnen, had F al een paar keer gezegd dat ik deze Ted-talk moest kijken. Eindelijk nestelde ik me afgelopen weekend samen met Edgar, de liefde van mijn leven en een vol glas rode wijn op de bank en keken we hem.

Amy Buddy vertelt in deze Ted-talk dat ‘je lichaamstaal vormgeeft wie je bent’. We geloven dat je met je gedachte controle kunt hebben over je gedrag, maar je gedrag kan ook controleren hoe je denkt. ‘Mind over body’ wordt ‘body over mind’. Ze vertelt over een onderzoek die ze hebben gedaan met een aantal proefpersonen. Vlak voor een sollicitatiegesprek – want dat vinden we immers het meest verschrikkelijke in het leven – liet ze een groep power poses doen en een groep niet. De groep met de power poses was een stuk zelfverzekerder. Kennelijk communiceer je met je lichaamshouding niet alleen naar je publiek, maar ook naar jezelf.

Edgar en ik waren nog wat sceptisch. Toen vertelde ze dat je mensen met somberheid een pen kunt laten vasthouden met hun mond en ze worden vanzelf vrolijker. Wij lagen dubbel. Er ging wat wijn over de rand en de rest van de speech keken we met plezier. Wat een heerlijke voorbeelden.

Het zag er belachelijk uit

De volgende dag zat ik op de 9e op kantoor. Ik had die nacht slecht geslapen. Het kon aan de wijn hebben gelegen, of het was iets anders, maar ik was moe. En niet per se vrolijk. Ik chatte met Ed en hij leefde met me mee. “Maar, Maik”, typte hij ’s middags, “doe de pen-truc”. Ik keek om me heen. Iedereen was druk aan het werk. Ik stopte nonchalant een pen tussen mijn tanden. Met een grote grimas was ik aan het typen tot ik na een minuut of zo – ik hoop niet dat het langer was – bedacht hoe stom ik eruit zag. Dat idee maakte me erg vrolijk.

Later vertelde ik aan F dat ik de speech gekeken had. En hem waanzinnig vond. Ik had zelfs de wonderwoman twee keer gedaan. Eén keer bij de koffieautomaat en één keer toen ik op de lift stond te wachten. De Wonderwoman als power pose hoef ik denk ik niet te omschrijven, met een beetje fantasie verklaart ‘ie zichzelf wel. F was trots op me. Voor mijn eigen zelfwaarde vertelde ik maar niet dat ik ook vijf minuten met een pen in mijn bek had zitten typen.

Bekijk de Ted-talk hier:

Ben jij weleens bezig met hoe je doet en wat je uitstraalt? Wat zijn je ervaringen?


Renske bedacht ongeveer 100 en iets meer dagen geleden dat we mee gingen doen met de 100 Happy Days uitdaging op Instagram. Je kon je eigen hashtag maken (jaja) en die van ons was dus #100happyshreds. We begonnen superenthousiast onze favoriete momenten van de dag te fotograferen, maar na dag 15 begon ik al toe te geven en na dag 60 had ik het opgegeven.

In deze blog ga ik je vertellen waarom ik niet 100 dagen achter elkaar gelukkig kan zijn.

Renske heeft de uitdaging perfect volgehouden. Elke dag plaatste ze een toffe foto van wat haar die dag gelukkig maakte. Elke dag nummerde ze de foto’s zodat je precies kon zien hoeveel dagen ze al meedeed. Pas op het eind begon ze te smokkelen en trok ze wat oude Surinamefoto’s uit een doos en poste ze in één dag zes foto’s. Ja, zo kan ik het ook, dacht ik toen. Alleen was het toen al dag 100 en hoefde het niet meer. Renske vroeg me heel vaak waarom ik niet meer meedeed. Ik wist vaak niet een antwoord. Voordat we 100happyshreds deden, plaatste ik namelijk elke dag wel één of meer foto’s op Instagram. En opeens lukte het me niet meer.

Hele toffe momenten

Wanneer ik de foto’s terugkijk, zie ik zoveel toffe momenten. Ons nichtje Mira Belle is geboren (zeker goed voor 4 dagen aan foto’s), ik heb een bedrijf gestart (#ditisijzersterk), mijn liefste vriendinnetje Eef is 1 jaar geworden (wat een feest was dat), Rens is komen logeren (woot woot), en verder zie ik vooral heel veel foto’s van Edgar, de liefde van mijn leven, vrienden, zomer en koffie drinken in de stad. Als ik ze terugkijk, vind ik het echt heel leuk. En toch kon ik niet 100 dagen gelukkig zijn.

Want dat is het bij mij. Zodra het opeens moet, dan lukt het niet meer. Voordat we begonnen, knalde ik vaak leuke, suffe, onnozele momenten online. Er lag niet zoveel druk op, ik hoefde het ook niet vol te houden. Niemand hoefde het leuk te vinden, want ik had het zelf leuk en dat was genoeg. Morgen kon het anders zijn, misschien was het dan even niet meer leuk, maar ook dat was oké. Je kunt tenslotte niet altijd gelukkig zijn.

Ik durfde niet

Toen Rens en ik begonnen aan Little Shreds had ik een idee bedacht voor een fotoserie. Renske vond het heel tof. Voordat ik het ging posten, vertelde ik het idee eerst aan wat vrienden en liet ik ze lezen wat ik geschreven had. Die keken me twijfelend aan. Weet je zeker dat je dat wilt? Waarom zou je ’t doen? En: Niemand wil dit lezen, Maik. Dat waren zo ongeveer de reacties. Dus deed ik het niet.

Het idee was dat ik selfies zou maken wanneer ik me onzeker zou voelen. Of verdrietig of bang. Een selfie van hoe het op dat moment is. Een mooi filter erop: zo ziet het eruit wanneer je niet per se heel vrolijk bent. Wanneer je niet het mooiste licht zoekt, de mooiste compositie en je vrolijkste gezicht. Als onderschrift zou ik vertellen welk gevoel ik op dat moment had en waarom. Een fotoserie die laat zien dat het leven ook donker kan zijn. Niet per se omdat ik depri zou zijn of omdat het superslecht gaat, maar gewoon omdat het leven twee kanten heeft en waarom laten we eigenlijk met z’n allen alleen maar één kant zien? Plus: ik heb een blog en daar mag ik best wat quasi diepzinnige stukken op zetten.

Dus. Tussen alle happychallenges waar ik de laatste tijd mee om de oren geslagen word, plaats ik het bij deze alsnog. Misschien niet meer als serie, maar gewoon eenmalig.

Onderaan de blog zie je ook mijn eerste foto en wat ik voelde toen ik die maakte.

Ok, here goes:

“Ik wist niet dat het leven zo donker kon zijn.” We zaten in de kroeg, een vriendin en ik. We dronken rode wijn. Zij vertelde over een kutperiode waarvan ik niet had geweten dat ze dat zo had doorgemaakt. Terwijl we vriendinnen waren. Zijn.

Twee jaar terug was ik overspannen. Dat heb ik toen aan niet zoveel verteld. Op internet al helemaal niet. Het was gewoon even stil. Stil op mijn profiel en stil op mijn blog. Ik ben namelijk liever vrolijk. Blij en onbezorgd. Niemand hoeft te zien hoe donker het kan zijn. Daar loop ik niet mee te koop. Mensen die dat wel doen, geef toe, zijn een beetje raar. Op Facebook zetten dat het slecht gaat, is een beetje zielig. Een foto posten dat je huilt, attention whore!

Voor mijn afstudeerproject interviewde ik mijn zus. Ik wilde gelukkig zijn en dat kon niet in Nederland, vond ik. Ik kom namelijk uit Suriname en daar zou ik het wel zijn. Mijn zus zei toen dat je niet altijd gelukkig kan zijn. Het klinkt misschien gek, maar dat was echt shocking news voor mij. Sindsdien is het – soort van – mijn motto geworden.

Je kunt niet altijd op de top zijn. Sterker nog: het zijn toppen omdat er dalen zijn. Hoe hoger de top, hoe dieper het dal. Of andersom. In ieder geval, het hoort erbij. Pas als je verdrietig kunt zijn, kun je ook blij zijn. Pas als je boos bent, kun je vergeven. En pas als je weet hoe het donker is, kun je kiezen voor licht.

Donker

Het moment van deze foto: Renske en ik hebben bedacht dat we – weer – gaan bloggen. Ik ben echt onzeker of ik dat nog wel kan en wat iedereen daarvan vindt.

Doe jij mee aan happy-challenges op Facebook/Instagram? Waarom wel of niet?

Waar ben jij onzeker over? En durf je dat ook toe te geven? Online?
Ik hoor graag hoe jij hierover denkt.


Met_mijn_leuke_man.__tbt_nieuwe_blog_op__littleshreds

Zes weken geleden kreeg ik een appje van vriendin P. “Ik moet je wat vertellen”, schreef ze. “Vanavond bellen?” Ik wist dat het over een man ging.

“Hij is zo leuk, Maik”, zei ze die avond terwijl ik mijn telefoon van oor wisselde. Ik lachte. Met P kan ik uuuuren bellen en praten, waardoor ik regelmatig van oor moet wisselen omdat ‘ie pijn begint te doen. Vanachter zijn computertje keek Edgar, de liefde van mijn leven mij aan. “Is het P?” vroeg hij. “Ja”, zei ik. “Leuk zeg”, zei hij. Dat allemaal terwijl P doorging over die leuke, mij nog onbekende man.

Afgelopen weekend waren ze hier op de laatste zwoele zomerdag van 2014. P en die nieuwe, o zo leuke man. P en ik stonden in de keuken terwijl ik in mijn tajine stond te roeren. “Hij is zo leuk, Maik”, zei P met een enthousiaste blik alsof het de eerste keer was dat ze dat vertelde. “Zo. Leuk.” Ze zuchtte en keek gelukzalig naar me. “Ik weet niet waar ik hem aan verdiend heb.” We keken door de woonkamer naar buiten waar Ed en de leukerd in de tuin zaten te kletsen. “Hoe hij daar zit, Maik. Zo leuk.” Hij zat inderdaad leuk in de tuin.

Een uurtje later stond de tajine nog steeds te pruttelen, terwijl ik af en toe langs liep en twijfelde ‘wel of niet de deksel optillen en kijken of het eten al gaar is’. De jongens waren inmiddels binnen gaan zitten. Zwoele zomeravond of niet, het werd koud. P had er geen last van. Af en toe keek ze schalks op zij, raakte ze even zijn hand aan en viel ze hem of hij haar in de rede bij weer een zot verhaal over hoe ze elkaar hadden leren kennen, aan het daten waren, niemand het nog wist en nu wel, en hoe leuk het toen in dat ene strandtentje was en wat ze daar precies besteld hadden.

Toen het eten eindelijk klaar was (omg, wat duurde het lang), onderbrak ik de woordenstroom over hoe leuk de een of ander wel niet was en besloot bescheiden zelf een zot verhaal over P te vertellen. De leuke man luisterde aandachtig naar mijn anekdote en reageerde vervolgens met: “Typisch Maike, P zei al dat je zo lekker kan overdrijven.” P keek me stralend aan en seinde met haar ogen: “Leuk hè, dat hij dat al weet van jou. En van mij. En wat is hij leuk dat hij dat zegt. Dat hij er is. Dat hij adem haalt. Zo leuk.” Ik dacht alleen maar ‘verdorie’ en schepte nog wat uit de tajine. Edgar legde lief onder de tafel zijn hand op mijn been alsof hij wilde zeggen dat hij mij ook echt wel zo leuk vond.

’s Avonds doken we met z’n vieren nog een kroeg in. P en de leuke man liepen hand in hand voor ons richting het centrum. Als een gezapig stel liepen Ed en ik erachter. “Zo voelde het dus”, dacht ik terug, “om verliefd te zijn op een nieuwe leuke man.” Ik deed mijn arm door die van Ed en ging vijf jaar terug in de tijd toen ik P opbelde over zo’n leuke nieuwe man. Die zo grappig was. En knap. En naar Suriname wilde en met me had gedanst. En die zo leuk was. Ik keek Ed aan en hij mij. Ik zei niets en hij ook niet. We liepen achter P en haar leuke man aan en het was oké. En toen ik later ook nog een gratis sigaret kreeg van die nieuwe aanwinst van P wist ik het ook. Hij is leuk.


Een_jaar_getrouwd._Ik_wist_niet_dat_je_elke_dag_weer_meer_kon_gaan_houden_van_dezelfde_malloot._3Gisteren was ik een jaar getrouwd met Edgar, de liefde van mijn leven. Vandaag nog steeds plus een dag. We gingen uit eten en ik stond voor de hangkast in de gang. De deur stond wagenwijd open en ik wist niet wat ik eruit moest halen. Door de deur van de woonkamer zag ik Ed achter z’n computertje zitten.

“Eigenlijk wil ik gewoon de witte weer aan”, zei ik.
“De witte wat?” zei mijn man.
“De witte jurk.”
Hij keek verschrikt.
“Niet die lange. Die korte”, riep ik snel. Het moest niet overdone zijn natuurlijk. We gingen gewoon uit eten in de stad.

Ed keek me even aan en zei toen: “Dat zou belachelijk zijn. Je doet maar gewoon die met streepjes aan.”


Ik had vandaag ongelooflijk veel zin om oude foto’s terug te kijken. Vandaar een throwback thursday post. Zeven jaar geleden zaten Rens en ik samen op de achterbank van de auto uuuuuren te zitten tot we in het Zwarte Woud waren aangekomen. Er zijn foto’s. En een filmpje waar Rens mijn hoofd als mic gebruikt.

DSCN3172DSCN3175DSCN3174

En hier waren we er.. wat een uitzicht. En wat een poepjes waren we <3 DSCN3198DSCN3199