Schermafdruk 2015-02-14 17.09.37Mijn schoonvader en ik hebben een speciale band. Dat werd bevestigd toen wij wat weken terug voor het derde jaar op een rij elkaars lootje hadden getrokken voor Sinterklaas. Waar ieder ander gedicht van de familie vol zat met half slinkse opdonders die niet gemeen waren omdat het tenslotte Sinterklaas was, gingen onze gedichten over liefde, rust en gezelligheid. Een paar weken eerder hadden we namelijk ontdekt dat we allebei afzonderlijk van elkaar mindfulness hadden ontdekt. En dat we allebei vergruisd werden hierdoor door onze significant other. Ze begrepen het niet. Maar wij begrepen het wel. Wij waren mindful.

Al snel gingen we apps uitwisselen, keken we elkaar begrijpend en invoelend aan en zeiden we dingen tegen elkaar als ‘het is oké’ en ‘het mag er zijn’ terwijl de rest gierend van de lach en met ingehouden sarcasme op de bank lag. Maar zij ervoeren tenslotte ook niet de druk waar ons bestaan dagelijks onder leidt. En dat is oké.

Een paar dagen terug heb ik een nieuwe app ontdekt. Een zalige, zo dacht ik in het begin. Deze app heeft een bodyscan – ‘voel je tenen en laat ze in de grond zakken’ – van een half uur, maar ook een van 10 minuten, voor de drukke zakenvrouw die toch mindful wil zijn. Niet is lekkerder dan vlak voordat je je bed uit moet, nog even met dopjes in je oren tien minuutjes mindful worden en tegen Edgar, de liefde van mijn leven aankruipen. Dat moet met dopjes want toen ik het eens gewoon zo aanzette en Ed wakker werd terwijl ik mindful werd, riep hij keihard in mijn oor dat het niet oké was. 

Maar om eerlijk te zijn, kom ik er wat van terug, van dat hele mindfulgedoe. Vanochtend voordat ik de trein moest halen en nog tien minuten had om mij nog even om te draaien, dacht ik ‘kom, ik doe eens wat anders’.

Ik koos niet voor de bodyscan die ik inmiddels uit mijn hoofde kende, maar ging voor de stille meditatie. Daar kwam ik snel bedrogen mee uit aangezien die na een gongklank gewoon stil bleef. “Hallo”, dacht ik, “dat kan ik zelf ook wel” en ik zocht een ander programma uit. Helemaal onderaan de lijst stond ‘tempel’. Ik kroop weer lekker onder de deken terwijl ik in gedachten de tempel inliep. De stem zei dat ik door wat gangen heen moest, een trap op en daar weer een deur door moest, terwijl buiten de koeien heerlijk in de wei stonden te grazen. Ergens vloog een vlinder langs het raam en in elke kamer stond iets van waarde. Maar ergens tussen de tweede wenteltrap en de vierde deur moet ik in slaap gevallen zijn want toen ik weer wakker werd, stonden we opeens op het balkon. En ik moest de trein halen.

Half slapend ging ik in gedachten weer naar binnen op zoek naar de trap. Ik kwam langs de kamer van verborgen herinneringen, pijnlijke confrontaties en verloren geliefden. Ik stoof langs de balzaal vol geluk terwijl ik koortsachtig nadacht waar die verdomde wenteltrap was gebleven tot ik opeens een stem hoorde, als van boven, zo mooi, zo liefdevol die riep “Maike, Maike”. Ik werd wakker en het was Edgar die bozig riep dat ik uit bed moest omdat ik hem wakker had gemaakt met mijn gedraai. “Kun je nou nooit gewoon even gezellig rustig liggen?” vroeg hij. Beschaamd legde ik mijn oordopjes weg en mijn telefoon met mindfulness-app aan de kant. Dat was ongeveer tegelijkertijd toen ik erachter kwam dat ik de trein had gemist.