ring

Ik had vorige week op mijn werk een videoconference met Den Haag. Mijn collega had een zaaltje gereserveerd op een andere verdieping en toen het tijd was voor de afspraak, liep ik rustig op mijn hakjes en met een schrijfboekje onder mijn arm erheen.

Wat ik verwachtte was een laptopje met skype waar wij gemoedelijk achter zouden kruipen. Aan de andere kant zouden er dan ook vier koppen ons aanstaren, een paar groot in beeld en van de rest alleen een oor zichtbaar. We zouden de hele tijd ‘wat zeg je’ naar elkaar roepen en ‘nee, niet jij, ik bedoel zij’. Dat soort praktijken.

Maar toen ik het zaaltje inliep, stonden er twee grote schermen van het formaat ‘we gaan gezellig met de groep WK kijken in de kroeg’. Ik was er als eerste dus probeerde de ruimte vast uit, maar waar je ook zat, je kwam levensgroot op het scherm. Ik puzzelde nog wat over de beste hoek voor de lichtval toen het scherm opeens aanging.

“Hee, Maike”, hoorde ik.
“Hallo, Den Haag”,  dacht ik terwijl ik mijn hand in de lucht zwaaide en een grimas maakte. “Hoi.”

Op dat moment kwam mijn collega vrolijk binnen en ging aan de andere kant van de tafel zitten. Ik kreeg een microfoon toegeschoven over de tafel heen en we konden beginnen. Alleen, ontdekte ik toen, dat een van de schermen niet lekker mee deed. Links zag ik Den Haag, rechts was ik zelf. En de camera deed echt tien kilo erbij! Ik fluisterde over de tafel naar mijn collega: “Ik word best wat afgeleid doordat ik mezelf de hele tijd zie.”

“Oh”,  zei ze. “Daar heb ik niet zoveel last van.”
“Kunnen we beginnen?” vroeg Den Haag. Ik zag drie mensen fronsend naar mij kijken. Van het scherm keek ik naar mijn microfoon. Oeps.

De vergadering begon. Ik zat rechtop. Ik deed goed mee. Zo heel af en toe keek ik naar rechts en ging ik weer rechtop zitten, maar het ging goed. Ik was heel geconcentreerd enzo, het bekende verhaal van goed functioneren op je werk en alles. Tot ik op gegeven moment afgeleid werd door een lichtje. Zo heel af en toe kwam het langs. Een lichtje dat me deed denken aan vroeger toen je je nieuwe stoere horloge naar school aan mocht en lichtjes ermee maakte op het plafond tot de juf je zat was en vroeg of je aub wilde ophouden anders mocht je op de gang.

Elke keer als ik mijn hand op tafel legde en met mijn vingers bewoog, zag ik het. De diamant die ik van Edgar, de liefde van mijn leven vorig jaar kreeg, fonkelde van heb ik jou daar. Gebiologeerd keek ik naar het scherm terwijl ik mijn hand om en om draaide. Bij elke draai werd ik opnieuw verblind en verliefd tot ik me na een paar minuten realiseerde waar ik was en dat ik vast niet de enige was die verblind werd. Aan de koppen in het scherm te zien was ik wel de enige die überhaupt iets van positieve gevoelens bij het lichtje had – let alone – verliefde gevoelens.

Later zat ik met vriendin M en vriendin S bij mij thuis op de bank. We hadden net 20 filmpjes van Jimmy Fallon gekeken toen ik er weer aan moest denken. Ik vertelde het verhaal van de fonkelende diamant vol enthousiasme. Vriendin M keek me aan en zei terwijl ze nog een stokbroodje met humus smeerde: “Ik keek altijd zo tegen je op. Je werkt al en je hebt een videoconference en alles. Helemaal in vergelijking met mij: ik studeer gewoon nog. Maar jij, jij bent zo volwassen. En dan vertel je dit…” Terwijl zij zat te kauwen op haar stokbroodje, keek ik beteuterd naar mijn ring en ik kon maar aan één ding denken: wat jammer dat de vergadering niet is opgenomen.