fernandes

Een tijdje geleden had mijn vader een blikje Fernandes meegenomen. De groene, want ‘die vind je toch het lekkerst?’ Eigenlijk niet. De rode vind ik het lekkerst. Of de gele. Eigenlijk vind ik ze allemaal lekkerder dan de groene. Dit vertel ik hem dan ook elke keer. Maar toch koopt hij steeds weer de groene voor me. Dit heb ik hem toen ook precies uitgelegd. Waarna we een discussie kregen over welke we het lekkerst vonden.

Hij vond de rode het lekkerst. Ik vertelde dat ik de gele ook wel heel erg lekker vind en dat ik altijd nog een keer de blauwe wilde proberen. “Maar de blauwe bestaat helemaal niet,” aldus mijn vader. Een weddenschap volgde: bestond de blauwe, dan kreeg ik twee blikjes Fernandes naar keuze. Ik weet niet zo goed meer wat hij zou krijgen als hij de weddenschap won, dit boeit verder ook niet zoveel want de blauwe bestaat gewoon.

Toen ik de volgende dag op school kwam, vertelde ik dit aan vriendin L. Ik zei dat ik de weddenschap had gewonnen en dat ik nu twee blikjes krijg, jeej! Ze reageerde niet heel enthousiast. Ik wist dat ze totaal niet geluisterd had naar mijn verhaal. Dit zei ik dan ook.

Vriendin L: “Ja, nou ja, ik vind Fernandes nou eenmaal niet zo lekker.”
Ik: “Ik wel! Het is ook gewoon een beetje jeugdsentiment (in Suriname drink je dit heel veel).”
Vriendin L: “Oh, ja dat heb ik ook met Oasis. Alleen dat vind ik helemaal niet lekker.”
Ik: “Maar ik vind Fernandes wel lekker…”
Vriendin L: “Nouu, nu verpest je mijn hele theorie van drinken dat je dronk toen je klein was, en dan drink je het nu weer, maar eigenlijk vind je het helemaal niet lekker.”
Ik: “Maar het is helemaal geen theorie als je de enige bent.”
Vriendin L: “Doe gewoon mee met mijn theorie hoor.”

Edit: de blauwe Fernandes smaakt een beetje naar die roze bubblegumkauwgom. Rood en geel zijn nog steeds favoriet.