Met_mijn_leuke_man.__tbt_nieuwe_blog_op__littleshreds

Zes weken geleden kreeg ik een appje van vriendin P. “Ik moet je wat vertellen”, schreef ze. “Vanavond bellen?” Ik wist dat het over een man ging.

“Hij is zo leuk, Maik”, zei ze die avond terwijl ik mijn telefoon van oor wisselde. Ik lachte. Met P kan ik uuuuren bellen en praten, waardoor ik regelmatig van oor moet wisselen omdat ‘ie pijn begint te doen. Vanachter zijn computertje keek Edgar, de liefde van mijn leven mij aan. “Is het P?” vroeg hij. “Ja”, zei ik. “Leuk zeg”, zei hij. Dat allemaal terwijl P doorging over die leuke, mij nog onbekende man.

Afgelopen weekend waren ze hier op de laatste zwoele zomerdag van 2014. P en die nieuwe, o zo leuke man. P en ik stonden in de keuken terwijl ik in mijn tajine stond te roeren. “Hij is zo leuk, Maik”, zei P met een enthousiaste blik alsof het de eerste keer was dat ze dat vertelde. “Zo. Leuk.” Ze zuchtte en keek gelukzalig naar me. “Ik weet niet waar ik hem aan verdiend heb.” We keken door de woonkamer naar buiten waar Ed en de leukerd in de tuin zaten te kletsen. “Hoe hij daar zit, Maik. Zo leuk.” Hij zat inderdaad leuk in de tuin.

Een uurtje later stond de tajine nog steeds te pruttelen, terwijl ik af en toe langs liep en twijfelde ‘wel of niet de deksel optillen en kijken of het eten al gaar is’. De jongens waren inmiddels binnen gaan zitten. Zwoele zomeravond of niet, het werd koud. P had er geen last van. Af en toe keek ze schalks op zij, raakte ze even zijn hand aan en viel ze hem of hij haar in de rede bij weer een zot verhaal over hoe ze elkaar hadden leren kennen, aan het daten waren, niemand het nog wist en nu wel, en hoe leuk het toen in dat ene strandtentje was en wat ze daar precies besteld hadden.

Toen het eten eindelijk klaar was (omg, wat duurde het lang), onderbrak ik de woordenstroom over hoe leuk de een of ander wel niet was en besloot bescheiden zelf een zot verhaal over P te vertellen. De leuke man luisterde aandachtig naar mijn anekdote en reageerde vervolgens met: “Typisch Maike, P zei al dat je zo lekker kan overdrijven.” P keek me stralend aan en seinde met haar ogen: “Leuk hè, dat hij dat al weet van jou. En van mij. En wat is hij leuk dat hij dat zegt. Dat hij er is. Dat hij adem haalt. Zo leuk.” Ik dacht alleen maar ‘verdorie’ en schepte nog wat uit de tajine. Edgar legde lief onder de tafel zijn hand op mijn been alsof hij wilde zeggen dat hij mij ook echt wel zo leuk vond.

’s Avonds doken we met z’n vieren nog een kroeg in. P en de leuke man liepen hand in hand voor ons richting het centrum. Als een gezapig stel liepen Ed en ik erachter. “Zo voelde het dus”, dacht ik terug, “om verliefd te zijn op een nieuwe leuke man.” Ik deed mijn arm door die van Ed en ging vijf jaar terug in de tijd toen ik P opbelde over zo’n leuke nieuwe man. Die zo grappig was. En knap. En naar Suriname wilde en met me had gedanst. En die zo leuk was. Ik keek Ed aan en hij mij. Ik zei niets en hij ook niet. We liepen achter P en haar leuke man aan en het was oké. En toen ik later ook nog een gratis sigaret kreeg van die nieuwe aanwinst van P wist ik het ook. Hij is leuk.